Fysieke versus Synthetische ETF

Een exchange traded fund (ETF) is een kostenefficiënte manier om toegang te krijgen tot een verscheidenheid aan beleggingen en hebben daardoor veel aan populariteit gewonnen bij beleggers. Om de vraag naar transparante, liquide en kosteneffectieve gediversifieerde beleggingsproducten bij te houden, zijn in de loop der jaren nieuwe en geavanceerde versies van ETF's ontwikkeld.

Met deze innovaties zijn ETF's niet alleen talrijker en populairder geworden, maar ook complexer. Een van die innovaties is de synthetische ETF, die wordt gezien als een meer exotische versie van de traditionele ETF's.

Wat is een fysieke ETF?

Een fysieke ETF wordt ook wel een traditionele ETF genoemd. Fysieke ETF's kopen de onderliggende activa om de index die ze volgen fysiek te repliceren. De fondsbeheerder van de ETF is verantwoordelijk voor het beheer van de kasstromen uit rente- en dividendbetalingen en uit beleggingstransacties.

Wat is een synthetische ETF?

Een synthetische ETF is een belegging dat is ontworpen om de prestaties van een onderliggende index te repliceren met behulp van derivaten en swaps in plaats van fysieke effecten. Aanbieders sluiten een overeenkomst met een tegenpartij - meestal een investeringsbank - die ervoor zorgt dat de toekomstige kasstromen die door de onderliggende index worden verkregen, aan de belegger worden toegespeeld. Met andere woorden, het synthetische fonds volgt de index zonder fysieke effecten te bezitten.

Het eerste synthetische ETF werd rond 2001 in Europa geïntroduceerd. Het blijft een populaire belegging op de Europese markten, maar slechts een klein aantal vermogensbeheerders geeft synthetische ETF's uit in de Verenigde Staten. Dit is het gevolg van de specifieke regelgeving die de Amerikaanse Securities and Exchange Commission in 2010 heeft afgedwongen en die de lancering van nieuwe fondsen door vermogensbeheerders die nog geen synthetische ETF's sponsoren, verbiedt. 

Risico’s en rendement van een synthetische ETF

Synthetische ETF's gebruiken swapcontracten om een overeenkomst te sluiten met een of meer tegenpartijen die beloven het rendement op de index aan het fonds te betalen. Het rendement is dus afhankelijk van de mate waarin de tegenpartij haar verplichting kan nakomen. Hierdoor worden beleggers in synthetische ETF's blootgesteld aan het tegenpartijrisico. Er zijn bepaalde voorschriften die de omvang van het tegenpartijrisico waaraan een fonds kan worden blootgesteld, beperken.

Zo mag volgens de Europese ICBE-regels de blootstelling van een fonds aan tegenpartijen in totaal niet meer bedragen dan 10% van de nettovermogenswaarde van het fonds. Om aan dergelijke regels te voldoen, sluiten portefeuillebeheerders van ETF vaak swapovereenkomsten af die "resetten" zodra de blootstelling van de tegenpartij de aangegeven limiet bereikt.

Het tegenpartijrisico kan verder worden beperkt door het stellen van zekerheden en zelfs over het stellen van zekerheden voor de swap overeenkomsten. Regelgevers eisen dat de tegenpartij zekerheden stelt om het tegenpartijrisico te beperken. Als de tegenpartij in gebreke blijft, heeft de ETF-aanbieder een vordering op het onderpand en wordt het belang van de belegger dus niet geschaad. De beleggers zijn beter beschermd tegen verliezen in geval van het in gebreke blijven van een tegenpartij wanneer er sprake is van een hogere mate van zekerheidsstelling en een hogere frequentie van het resetten van de swap.

Hoewel er maatregelen worden genomen om het tegenpartijrisico te beperken (dit is meer dan bij fysieke ETF's), moeten beleggers worden gecompenseerd voor het feit dat ze eraan worden blootgesteld, zodat de aantrekkelijkheid van dergelijke fondsen intact blijft. De compensatie komt in de vorm van lagere kosten en lagere tracking errors.

Synthetische ETF's zijn met name zeer effectief in het traceren van hun respectieve onderliggende indexen en hebben meestal lagere tracking fouten, vooral in vergelijking met de fysieke fondsen. De total expense ratio (TER) is ook veel lager in het geval van synthetische ETF's (sommige ETF's hebben 0% TER's geclaimd). In vergelijking met een synthetische ETF heeft een fysieke ETF grotere transactiekosten vanwege de herschikking van de portefeuille en de tracking errors tussen de ETF en de benchmarks.

De verschillen tussen een synthetische en fysieke ETF

Een overzicht van de belangrijkste verschillen tussen een synthetische en fysieke ETF zijn:

 

Fysieke ETF

Synthetische ETF

Onderliggende waarde

Fysieke effecten

Swaps en derivaten

Transparantie

Transparant

Matig

Tegenpartijrisico

Heel beperkt

Aanwezig

Kosten

Transactiekosten + kosten voor het managen

Swap kosten + kosten voor het managen

Hoe weet ik of ik een synthetische of fysieke ETF heb?

De beste manier om te zien of een ETF fysiek of synthetisch is, is door te kijken naar de document van de ETF, namelijk de factsheet en het document met essentiële beleggersinformatie (KIID).

Op de factsheet moet deze informatie gedetailleerd worden weergegeven in de factsheet van het fonds, waar naast andere details zoals kosten, benchmark en ook 'productstructuur' moet worden vermeld. Hierbij staat aangegeven of de ETF fysiek of synthetisch is. Meer details hierover zullen worden gegeven in de KIID, op de eerste pagina onder een kopje als 'Doelstellingen en beleggingsbeleid'. 

Is het beter om in een fysieke of synthetische ETF te beleggen?

Synthetische ETF's zijn handig voor beleggers wanneer het onmogelijk of duur is om de onderliggende belegging op een andere manier te kopen, vast te houden en te verkopen. Het feit dat dergelijke ETF's een tegenpartijrisico met zich meebrengen, kan echter niet worden genegeerd, en dus moet de beloning hoog genoeg zijn om de genomen risico's te beperken.